coatingindustrie moet duurzame verf ontwikkelen

17-06-2009

fareno organiseert symposium coatingindustrie bij afvalverwerker van gansewinkel

op zoek naar de heilige graal (verslag van een inspirerende dag)

uitdaging
we kunnen meubels bouwen van sloophout en kantoren van karton, we kunnen daken bedekken met gras en woningen helemaal energieneutraal maken. als het gaat om cradle to cradle bouwen is er al veel bereikt. maar achter elk succes gaat de volgende uitdaging schuil. voor schilders bijvoorbeeld. hoe kun je de c2c-gedachte toepassen in het gebruik van verf en andere coating? welke mogelijkheden ziet de verfindustrie om een milieuvriendelijke manier van schilderen mogelijk te maken, waarbij tenslotte geen roofbouw wordt gepleegd op het milieu?
zolang een coating in principe nog bestaat uit koolwaterstoffen die uit fossiele brandstof worden gemaakt en zolang die nog niet te scheiden valt van de ondergrond, lijkt een oplossing ver weg. maar elke stap is er één, en het rijp maken van de geesten voor deze gedachte is zelfs een noodzakelijke stap.
 

met die gedachte organiseerde fareno (www.fareno.nl), een netwerk van vijf onderhouds- en renovatiebedrijven dat een gezonde leefomgeving stimuleert, op 17 juni een workshop voor alle betrokkenen uit dit veld. want alle leden van fareno zoeken samenwerkingsprojecten met de opdrachtgevers om het streven naar een gezonde leefomgeving in praktijk te brengen,
ruim twintig genodigden, van architecten tot schilders, en van verfhandelaren tot dito producenten. waren gekomen om gezamenlijk de uitdaging aan te gaan.
 

recycling
de plaats van handeling is gepast en gedurfd tegelijk: afvalverwerker van gansewinkel in drachten. gedurfd, want het is uitgerekend de plaats waar tien jaar geleden een grote hoeveelheid chemische afval in vlammen opging, toen het bedrijf nog eigendom was van essent. gepast, omdat het de plaats is waar alle coatings, als bouw- of sloopafval, hun laatste rustplaats vinden. het graf dus eigenlijk van de coatings. en ook gepast, omdat het bedrijf ruim driekwart van het afval dat het binnenkrijgt weet te recyclen.
 

van gansewinkel is wat dat betreft toonaangevend in nederland, waar het veruit de grootste speler is, met een omzet van € 1,2 miljard, 6500 werknemers en het verwerken van 10 miljoen ton afval. hoewel iedereen zich wel een voorstelling kan maken van hoe dat in zijn werk gaat, is het toch indrukwekkend om tijdens de rondleiding, compleet met jack en veiligheidsbril, te zien waar ons afval tenslotte blijft. bergen hout en papier, keurig gelabelde tonnetjes chemisch afval, bakken met toner, met fotopapier, met oude computers, met accu’s en een traag lopende band waarvan werknemers uit het afval dat voorbijkabbelt het hunne plukken. dat lijkt saai werk, maar de mensen zijn er toch aan gehecht, vertelt key accountmanager nis baar van van ganswinkel. iemand die na vijf jaar hout ineens wordt gevraagd het plastic van de band te plukken, wil gauw weer terug naar ‘hout’. behalve handen en hersens zijn er nog tal van andere scheidingsmethodes, zoals water dat het drijvende afval van het zware weet te scheiden, en laten we ook de meeuwen niet vergeten, die uit de berg huishoudelijk afval het eetbare nog weten te vinden. baar: "dat is nog eens cradle to cradle".

zelfs van gansewinkel slaagt er nog niet in om alles wat wordt aangeleverd weer een nieuwe bestemming te geven, vertelt hij. waar eerst wordt geprobeerd te voorkomen dat afval ontstaat, vervolgens gestreefd wordt naar respectievelijk hergebruik, recycling of verbranding, zodat althans energie wordt gegenereerd, gaat er nog altijd wat naar de stort, zoals bijvoorbeeld dakleer en asbest.
 

van gansewinkel verwerkt niet alleen afval, het geeft ook advies dat moet voorkomen dat er afval ontstaat, bijvoorbeeld over hoe het gerecycled kan worden. dief van de eigen portemonnee? nee, zegt baar, want de materiaalkennis waar het bedrijf over beschikt geeft van gansewinkel ook in die omstandigheden een rol: "we moeten er nog aan wennen, maar we hebben het niet over afval, maar over ruwe grondstoffen, waarvan wij dan de leverancier zijn. en wij weten het beste hoe het verwerkt kan worden". als voorbeeld geeft hij het terugleveren van granulaat dat als afval vrijkomt bij de betonindustrie, maar dat daar na bewerking opnieuw als grondstof kan worden ingezet.

coatings
de lunch, in het drachtster van der valk motel, bevat in elk geval de grondstoffen die nodig zijn voor het tweede, meer zelfwerkzame gedeelte van de dag: zelf nadenken over oplossingen voor het ‘coatingprobleem’.
roelof de vries geeft hiervoor de aftrap. als directeur/eigenaar van schilders de vries uit groningen is hij de initiatiefnemer van deze dag. schilders de vries is al jaren bezig met c2c. Zo renoveert de vries in opdracht van woningcorporatie lefier 24 woningen in de stad volgens het c2c-principe.
het is duidelijk dat er op een principieel andere manier gewerkt zou moeten worden, houdt hij de toehoorders voor, want als het gaat om minder oplosmiddelen is de rek er wel uit. er moeten echt nieuwe wegen ingeslagen worden. afstripbare verf? coatings op basis van bio-grondstoffen? coatings op basis van bestaand afval?
ook kun je anders naar coatings kijken, door ze een extra functie te geven. nu al zijn er coatings die de lucht zuiveren of energie opwekken. waarom dan niet ook één die co2 omzet in zuurstof. dat zou in bedompte klaslokalen een uitkomst zijn. of moeten we berusten in dit probleem en vaststellen dat als een verflaag weinig onderhoud kost de milieubelasting lager is dan die van het verwijderen van de coating? alleen al erover doorpraten in deze kring, waar lang niet iedereen dezelfde kennis heeft van de materie, kan helpen om nieuwe inzichten te formuleren, verwacht de vries
 

grens
creatief en vooral anders naar het probleem kijken leidt tot verrassende oplossingen. dat illustreert het architectenduo ro en ad. in een duizelingwekkende presentatie leiden ze het publiek door een reeks projecten die met elkaar gemeen hebben dat ze niets met verf, maar wel alles met cradle to cradle te maken hebben. een praxis van duurzaam (uitgekookt) hout, c2c-woningen in venlo, een kantoor van karton, omdat het toch in een paar jaar afgeschreven moet zijn, een kunstwerk van oud papier, dat jammer genoeg niet brandveilig wordt bevonden en een prachtig project om het beschermen van archeologisch erfgoed uit de romeinse tijd te laten uitmonden in een aaneengesloten bos langs de oude romeinse grens, de rijn. dat laatste project biedt zoveel kansen, maar roept tegelijk ook zoveel bestuurlijke problemen op, dat het ook gelijk een belangrijk probleem illustreert: je moet wel iedereen mee hebben.
ro en ad hebben niets met coating, maar dat weerhoudt ze er niet van een prikkelende suggestie te doen: weten wij wel dat oesters bij 12 graden celsius een loeiharde coating in hun eigen schelp produceren, waar wij 1200 graden voor nodig hebben? als we onszelf als deel van een bio-systeem kunnen beschouwen gaan we er automatisch verantwoordelijker mee om.
 

compromis
over mee hebben gesproken: c2c-aanhangers moeten in elk geval de verffabrikanten aan hun kant hebben. het is aan hen om te investeren in research die een herbruikbare coating mogelijk maakt, of desnoods één die uit afvalstoffen is vervaardigd. jan besamusca, innovatiedirecteur bij dsm neoresins (omzet € 500 mln) , geeft zijn gehoor daar weinig kans op. zolang de maatschappij van een verf vraagt dat die zijn onderlaag goed beschermt zitten we vast aan alkyd en acrylaatverven. die kunnen, elk in hun eigen tempo de komende decennia wel hernieuwbaar zijn, maar als ze één keer op een ondergrond zitten, dan krijg je ze er niet af.
ook aan de gebruikte pigmenten en de additieven zullen altijd bezwaren blijven kleven. het maken van de pigmenten is geen schoon proces en grondstoffen als kobalt, als additief zijn milieubelastend.
om aan de uiteenlopende eisen tegemoet te komen is elke verf tenslotte een compromis, waarbij de industrie nu al veel van zijn research steekt in het ontzien van het milieu.
ook nis baar, van van gansewinkel biedt weinig hoop. brainstormenderwijs kan hij zich voorstellen dat er methodes komen om de geverfde delen van hun coating te ontdoen om uit het restproduct vervolgens het pigment terug te winnen. maar dat lijkt vooralsnog erg duur en weinig efficiënt.

dakleer
dat er meer kan, als ondernemers maar durf tonen, bewijst dakdekker icopal, voortgekomen uit smid en hollander in hoogkerk (gr.) de dakdekbranche is volgens bram kranenburg van icopal de meest conservatieve sector in nederland, waar al tachtig jaar op ongeveer dezelfde wijze wordt gewerkt, en waar ondernemers niet zitten te wachten op innovatie: "als je daar iets wil veranderen ben je wel eventjes bezig". en dan te bedenken dat het zo eenvoudig is. icopal doet niets anders dan het snijafval als grondstof gebruiken voor nieuw dakleer, en datzelfde te doen met dakleer dat van oude huizen is verwijderd. het is niet moeilijk, maar er is veel weerstand tegen het extra werk, zowel bij het aanleggen van een dak als bij de sloop. toch ligt er 280 miljoen vierkant meter dakleer op ooit te slopen woningen, genoeg om 14 jaar de bitumen te leveren voor nieuwe daken en wegen.

icopal heeft flink geïnvesteerd in het procédé om oud dakleer weer bruikbaar te maken, maar volgens kranenburg krijgt het er ook veel voor terug: het bespaart flink in het gebruik van grondstoffen. hij verwacht dat andere bedrijven het ook wel willen, maar dat het goed is om met de bezwaren tegen met name het scheiden van het oude dakleer rekening te houden bij het ontwerp van nieuwe woningen. waarom geen afstripbaar dakleer, bijvoorbeeld?
waar kranenburg de markt en de innovatieve ondernemer het werk wil laten doen, daar kijkt voorzitter hans van den berg van de vvvh, namens de verfgroothandel naar de overheid. hij stelt vast dat weinig mensen er financieel belang bij hebben om de bestaande structuren te doorbreken. strengere regels vanuit de overheid zouden daar een handje bij kunnen helpen, verwacht hij.
 

werkgroepen
met zoveel voorzetten, invalshoeken en gedachte-experimenten hebben de deelnemers stof genoeg om zelf aan de slag te gaan met het zoeken naar coatings. misschien wel in de geest van de bijeenkomst nemen de gedachten een hoge vlucht, mogelijk zelfs te hoog, in de zin dat er niet veel concrete voorstellen op tafel komen die door industrie, handel en gebruiker kunnen worden opgepakt. maar toch genoeg om een levendige discussie op gang te brengen in welke richting wij het moeten zoeken. zo kunnen de producenten streven naar minder soorten verf, zodat van elke soort afzonderlijk grotere partijen te recyclen zijn en dat scheelt in de kosten. in de verenigde staten wordt veel van deze verf opgehaald en tot nieuwe grondverf verwerkt.
ook zou het goed zijn te investeren in verf die begint te verkleuren als het hout eronder begint te rotten. dat zou het onderhoud veel efficiënter maken.
en ooit moet de industrie proberen om verf te maken die biologisch afbreekbaar is, dat lijkt wat betreft coating nog het dichtst in de buurt te komen van de c2c-gedachte.
maar zoals een aantal deelnemers constateert heeft de grotendeels beursgenoteerde verfindustrie met zijn aandeelhouders te maken en maken angst en geld veranderingen moeizaam. de industrie op zijn beurt stelt vast dat de marktvraag naar c2c-achtige verf niet groot is "als het niet verkocht kan worden, investeren we er niet in".
 

estafettestokje
de gouden tip mag er wellicht niet bij hebben gezeten, daarmee is deze bijeenkomst nog niet het eind van de zoektocht naar een c2c-gebruik van coating, maar veeleer een goed begin. om dat te symboliseren draagt roelof de vries het estafettestokje over aan directeur van westerhoven van duurzame verffabrikant ursa paint, die in de denktank zit over c2c-coatings. over een jaar spreken we elkaar weer, is de verwachting.
 

download hier de inleidende grafrede uitgesproken door dagvoorzitter roelof de vries.